In de Noord-Syrische stad Girê Spî (Tal Abyad) zijn Koerdische families aangevallen toen zij na zeven jaar naar hun huizen wilden terugkeren. Op beelden van het geweld is te zien hoe een menigte onder het roepen van ‘Allahu Akbar’ een voertuig van de teruggekeerde families omverwerpt. Volgens getuigen werden ook auto's in brand gestoken en vrouwen met de dood bedreigd. Meer dan honderd families, onder wie vrouwen en kinderen, zochten bescherming in een lokaal bestuursgebouw.
In Girê Spî, een stad aan de Turkse grens in het noorden van Syrië, zijn op 26 oktober Koerdische families aangevallen die naar hun huizen en landbouwgronden wilden terugkeren.
De families waren in 2019 gedwongen de regio te verlaten na de Turkse militaire operatie. Op uitnodiging van lokale autoriteiten kwamen zij naar de stad om documenten over hun eigendomsrechten te overleggen.
Groepen die zich tegen hun terugkeer verzetten, vielen de voertuigen van de families aan met stenen en stokken. Meerdere auto's werden vernield of in brand gestoken. Volgens berichten waren tijdens de ongeregeldheden ook schoten te horen.
Aanvallers riepen ‘Allahu Akbar’ terwijl voertuigen werden aangevallen
Op beelden waarover Rûdaw berichtte, is te zien hoe een menigte onder het roepen van ‘Allahu Akbar’ een voertuig van Koerdische families omverwerpt.
Op andere opnamen worden de terugkerende families beledigd en in verband gebracht met de PKK.
Henîf Cimo, een van de slachtoffers, vertelde aan Rûdaw dat de aanvallers eerst dreigden hun voertuigen in brand te steken en vervolgens onder religieuze kreten daadwerkelijk auto's in brand staken.
De beelden en getuigenverklaringen wijzen op de vijandige houding tegenover de terugkerende Koerdische families. De identiteit en eventuele organisatorische banden van de aanvallers zijn echter nog niet onafhankelijk vastgesteld.
Vrouwen en kinderen omsingeld in bestuursgebouw
Volgens het Comité voor Ontheemden van Girê Spî zochten meer dan honderd Koerdische families, onder wie vrouwen en kinderen, hun toevlucht in een lokaal bestuursgebouw.
Door de aanwezigheid van aanvallers rondom het gebouw konden zij urenlang niet naar buiten.
Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) meldde dat ongeveer twintig voertuigen waren vernield of in brand gestoken. Sommige slachtoffers verklaarden tegenover Rûdaw dat het werkelijke aantal beschadigde voertuigen hoger lag.
Na tussenkomst van veiligheidstroepen werd een deel van de families geëvacueerd en teruggebracht naar Kobanê.
Getuigen: Vrouwen werden met de dood bedreigd
Edûl Xelîl, een van de slachtoffers, vertelde aan Rûdaw dat de aanvallers de Koerdische families ernstig beledigden en vrouwen met de dood bedreigden.
Volgens Xelîl dreigden de aanvallers de vrouwen de keel door te snijden en hun lichamen als afschrikwekkend voorbeeld op te hangen wanneer zij het gebouw zouden verlaten.
Henîf Cimo, wiens voertuig tijdens de aanval in brand werd gestoken, verklaarde dat de aanvallers de families ervan beschuldigden banden te hebben met de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).
Volgens Cimo gingen de aanvallen door, ondanks hun uitleg dat zij burgers waren die uitsluitend naar hun eigen huizen wilden terugkeren.
Mogelijke banden met gewapende groeperingen
Een slachtoffer verklaarde tegenover Shafaq News dat onder de aanvallers personen waren die banden zouden hebben met gewapende groeperingen.
Een andere inwoner stelde dat sommige betrokkenen zich eigendommen van Koerdische families hadden toegeëigend en de oorspronkelijke bewoners beschuldigden van banden met de SDF.
Volgens SOHR bevonden zich onder de aanvallers personen die momenteel in Girê Spî wonen en zich verzetten tegen de terugkeer van ontheemde Koerden naar hun woningen.
Hoewel sommige aanvallers religieuze leuzen riepen, is niet onafhankelijk bevestigd dat zij tot een specifieke jihadistische organisatie behoren.
Girê Spî sinds 2019 onder invloed van door Turkije gesteunde groepen
Girê Spî en het nabijgelegen Serê Kaniyê (Ras al-Ayn) kwamen na de Turkse militaire operatie van oktober 2019 onder controle van Turkije en door Ankara gesteunde Syrische gewapende groeperingen.
Volgens cijfers van de Verenigde Naties raakten tijdens deze operatie meer dan 200.000 burgers ontheemd.
Een deel van de gevluchte Koerdische families heeft gemeld dat hun woningen en landbouwgronden sindsdien door anderen worden gebruikt of in beslag zijn genomen.
De recente aanval brengt niet alleen de veiligheidssituatie onder de aandacht, maar ook de eigendomsconflicten die tijdens de oorlog zijn ontstaan en het recht van ontheemde burgers om naar hun oorspronkelijke woonplaatsen terug te keren.
Koerdische organisaties roepen Syrische regering op tot ingrijpen
De Koerdische Nationale Raad in Syrië (ENKS) veroordeelde de aanval en riep de Syrische regering op de verantwoordelijken te identificeren en voor de rechter te brengen.
Ook de Beweging voor een Democratische Samenleving (TEV-DEM) en de Democratische Uniepartij (PYD) veroordeelden het geweld. Zij waarschuwden dat dergelijke aanvallen de maatschappelijke vrede bedreigen en riepen de overgangsregering op de veiligheid van burgers te waarborgen.
De Koerdische vrouwenorganisatie Kongra Star stelde dat de gebeurtenissen aantonen dat de bestaande garanties voor een veilige terugkeer van ontheemden onvoldoende zijn.
Syrische autoriteiten kondigen onderzoek aan
Mohammed Hamdi, plaatsvervangend gouverneur van Raqqa, maakte bekend dat opdracht is gegeven tot een uitgebreid onderzoek naar het geweld in Girê Spî.
Volgens Hamdi zijn aanvallen op burgers en hun eigendommen onaanvaardbaar en zullen personen van wie de verantwoordelijkheid wordt vastgesteld, worden vervolgd.
Ook de Syrische binnenlandse veiligheidsdiensten verklaarden dat zij hadden ingegrepen en geen acties zullen toestaan die de openbare orde bedreigen.
De identiteit van alle aanvallers, hun eventuele organisatorische banden en de uitkomsten van het onderzoek zijn echter nog niet definitief vastgesteld.
Veilige terugkeer van Koerdische families blijft onzeker
De aanval in Girê Spî volgt op eerdere incidenten waarbij Koerdische families in Serê Kaniyê tijdens pogingen om naar hun woningen terug te keren met geweld werden geconfronteerd.
Sommige getroffen families moesten vanwege het gebrek aan veiligheid opnieuw terugkeren naar de gebieden waar zij als ontheemden verbleven.
Terwijl in Syrië wordt gewerkt aan een nieuwe politieke orde, laten de gebeurtenissen zien dat de terugkeer van ontheemde Koerden niet uitsluitend met bestuurlijke besluiten kan worden geregeld.
De bescherming van burgers, de teruggave van eigendommen en het voorkomen van nieuwe aanvallen blijven daarbij essentiële voorwaarden.
De gebeurtenissen in Girê Spî roepen een fundamentele vraag op: wie beschermt het leven, de woningen en de grond van Koerdische families die na zeven jaar naar huis willen terugkeren?
0 Comments